Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) zijn de regels rondom de transitievergoeding flink gewijzigd. Waar een werknemer vroeger pas na twee jaar dienstverband recht had op deze vergoeding, is dit nu vanaf de allereerste werkdag het geval. Dit heeft grote financiële gevolgen voor werkgevers.
U moet de transitievergoeding betalen als het initiatief voor het beëindigen van het contract bij u (de werkgever) ligt. Dit geldt in de volgende situaties:
De hoofdregel voor de berekening is: 1/3 bruto maandsalaris per heel dienstjaar. Voor de resterende maanden en dagen wordt dit naar rato berekend.
Het bruto maandsalaris is meer dan alleen het kale loon. U moet ook de volgende vaste looncomponenten meenemen in de berekening:
Er zijn enkele specifieke situaties waarin het recht op een transitievergoeding vervalt:
| Situatie | Toelichting |
|---|---|
| Ontslag op staande voet | Bij ernstig verwijtbaar handelen (zoals diefstal of fraude) vervalt het recht op de vergoeding, tenzij de rechter anders oordeelt. |
| AOW-leeftijd bereikt | Bij het beëindigen van een contract wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd betaalt u geen vergoeding. |
| Zelf ontslag nemen | Als de werknemer zelf opstapt, is er geen recht op een vergoeding (tenzij dit is veroorzaakt door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever). |
| Jonger dan 18 jaar | Werknemers onder de 18 jaar die gemiddeld minder dan 12 uur per week werken, krijgen geen vergoeding. |
| Faillissement | Bij een faillissement of surseance van betaling hoeft u de vergoeding niet uit te betalen. |
De transitievergoeding kan flink oplopen, zeker bij langdurige dienstverbanden. Wilt u weten waar u aan toe bent bij een voorgenomen ontslag of het niet verlengen van een contract?
Plan een HR-gesprek